Welcome to Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe
Zoek uitgebreid:  
Zoek met google:  
Abonneer u op de RSS-feed van het Streekarchivariaat!


Vestigingen
. Elburg
. Ermelo
. Harderwijk
. Nunspeet
. Oldebroek


Bezoekersinfo
. Blog Virt. Studiezaal
. Openstelling & Agenda
. Adressen
. Bezoekersreglement
. Tarieven
. Publicaties
. Wat is er nieuw?


Archief & Collectie
. Archieven
. Bibliotheek
. Foto
. Kranten
. Genealogie
. Rechtspraak & Notaris


Organisatie
. Archiefcommissie
. Jaarverslagen
. Sitemap

Alleen voor medewerkers
. Google Calendar


Modules
· Startpagina
· Index_Notaris
· Inhoudsopgave
· Links
· Oud nieuws
· Suggesties?
· Top 10
· Zoek uitgebreid


  
Inventaris van het archief van het richterambt Oldebroek 1564-1811
P. van Beek, 1995




    INHOUDSOPGAVE

    INLEIDING

    1. Geschiedenis en organisatie
    2. Het onstaan van Oldebroek
    3. Bestuurlijke geschiedenis op de Veluwe
    4. Het richterambt Oldebroek
    5. De bestuurlijke taak van de richter
    6. Belastingen
    7. De rechterlijke taak van de richter

    Bestuurlijke situatie in de Franse tijd tot 1814

    1. De archieven
    2. Verantwoording van de inventarisatie
    3. Geraadpleegde literatuur
    4. Bijlagen (functionarissen)

    INVENTARIS

      BESTUURLIJK

        STUKKEN VAN ALGEMENE AARD
          Correspondentie
          Bekendmakingen

        STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN
          Personeel
          Bevolking
          Lijkschouwingen en medische hulp
          Financiën
          Belastingen
            verpondingen
            ambtslasten
            overige belastingen en accijnsen
          Waterschapszaken

      RECHTERLIJK

        STUKKEN VAN ALGEMENE AARD

        STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN
          Criminele rechtspraak
          Civiele rechtspraak
          Vrijwillige rechtspraak
          Voogdij-aangelegenheden

    CONCORDANTIE 1
    CONCORDANTIE 2

    BIJLAGEN

    INDEX OP PERSOONSNAMEN EN AARDRIJKSKUNDIGE NAMEN



    INLEIDING

    GESCHIEDENIS EN ORGANISATIE

    Het ontstaan van Oldebroek
    Van der Aa beschrijft in deel 8 van zijn "Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden" Oldebroek als volgt:

      "Dit dorp heeft zijnen naam te danken aan eenige arme Hollanders, die, na den verschrikkelijken zeevloed van 1170, van tijd tot tijd het land verlaten hadden, en wier landhoeven en bezittingen vermoedelijk door die overstrooming vernield waren. Deze begaven zich naar de Veluwe, waar zij vernomen hadden, dat zich eenige Friezen in het Veen (naderhand Kamperveen genaamd) als kolonisten hadden nedergezet. Gerhard, Graaf van Gelder, gaf, met toestemming der lands Edelen, aan eenige dier Hollanders vrijheid, om in de woeste onbebouwde streek het Broek of Oldebruch (naderhand Hollanderbroek), grenzende aan het Veen (Kamperveen) en de Wolden (Ooster-Wolden), zich te moogen vestigen, met bepaling, deze broekgronden en woeste velden te bebouwen, en schonk hun daarbij de zelfde voorregten, welke Otto van Gelder, de drie en dertigste Bisschop van Utrecht, aan zijne hoorige lieden in de aangrenzende streken had toegestaan, toen het Veen, benevens Wilsum, bebouwd zoude worden. In het jaar 1320 ondervonden de ingezetenen van het Hollanderbroek de bijzondere bescherming van Reinald, zoon des Graven van Gelre [...]"
      Hiermee beëindig ik het citaat van Van der Aa.

    Wat hield nu die bijzondere bescherming van de inwoners van het Hollanderbroek van 24 juni 1320 in? Reinald verstrekte de bewoners een zogenaamde landbrief van, samengevat, de volgende inhoud:
    - vrijdom van allerhande schatting, dienst, bede en spandiensten, behalve de jaarlijkse tinsen en tienden (korentiend, smalle tiend van veulens, kalveren, zwijnen, lammeren, bijen, ganzen);
    - het Heerenveld (gezamenlijk te gebruiken algemene grond) beweiden, daaruit turf en leem graven, en de heide maaien;
    - wegen en wateringen in het broek gebruiken en onderhouden;
    - aanstellen van een rechter, die over doodslag in het broek gepleegd zal richten zoals in het land gebruikelijk is, mishandeling beboeten, bij beroep overkomen tot het Engelanderholt;
    - voldoen aan oproep tot "landwere met acht goede knapen om met wapenen op hun eigen kost te dienen".

    Na het verstrekken van deze voorrechten komt de naam Oldebroek - in verschillende schrijfvarianten - in de daarop volgende eeuwen nog meer malen voor in oude acten. Op 6 december 1323 verzekert dezelfde Reinald de rechten der ingezetenen van het Hollander-Broek. In 1378 verleent hertog Willem van Gelre veiligheid aan de stad Elburg en omliggende buurschappen waaronder Audenbroeck. Op 21 december 1383 ontsloeg graaf Frederik van Meurs en heer van Baer "zijn keurmedige en horige lieden van den Hollanderbroek tegen betaling, zodat zij zich konden wenden tot welke heer zij wilden".

    Toen in 1396 de stad Elburg met een ringmuur werd omgeven, werd Oldebroek aan Elburg dienstbaar. Het voordeel voor de inwoners van Oldebroek was de mogelijkheid om have en goed in geval van vijandelijke aanvallen binnen de muren veilig te kunnen stellen. In 1377 verleende Arnold van Horne, bisschop van Utrecht, vergunning om de Gelderse gracht te graven als grensscheiding tussen Kamperveen en Oosterwolde.

    In 1516 trokken de Kampenaren uit wraak tegen de Geldersen op naar Oldebroek en verbrandden de huizen en schuren in het dorp. In 1537 werd op last van hertog Karel een ijzeren kanon gegoten om te worden geplaatst op de wal van Elburg. De kosten hiervan moesten worden opgebracht door de "kerspellieden" van Oldebroek en Doornspijk. Dat Oldebroek niet altijd even gehoorzaam was, moge blijken uit het volgende: op 16 mei 1568 kreeg Elburg toestemming om de ingezetenen van Oldebroek te bevelen de grachten en wallen te helpen opmaken. De burgemeester van Oldebroek weigerde dit op 19 augustus 1598. Vervolgens besliste het hof van Elburg op 28 augustus van dat jaar de Oldebroekers hiertoe te verplichten en de burgemeester werd gevangen gezet.

    Als laatste vermelding geven we hier de mededeling dat de graaf van den Berg in 1629 Hattem opeiste. Oldebroek weigerde hieraan gehoor te geven en in reactie hierop werd op 16 augustus van dat jaar de kerk door een korps Kroaten in brand gestoken.
    Daar de eerste stukken die in het archief van het richterambt voorkomen dateren uit het midden van de 16e eeuw, beëindigen we hier het kort historisch overzicht van de voorgeschiedenis van dit richterambt.

    Bestuurlijke geschiedenis op de Veluwe

    In 1921 publiceert Martens van Sevenhoven zijn Schets van de geschiedenis der burgelijke gemeenten in Gelderland vóór de invoering der Gemeentewet van 1851. Hij schetst hier een beeld van het ontstaan en de ontwikkelingen van de plaatselijke besturen in Gelderland. Hier geef ik, naar aanleiding van het door hem vermelde, een kort overzicht voor zover het de ontwikkelingen op de Veluwe betreft en een kleine algemene opzet. De oudste administratieve indeling, waarvan de herkomst feitelijk niet bekend is, is die in buurschappen. In het gebied van een buurschap hebben de eigenaars en gebruikers (geërfden) zich verenigd om hiermee hun gemeenschappelijke belangen te behartigen. Als geërfden hebben ze het beheer over de algemene gronden, houden ze zich bezig met onderhoud, treffen ze maatregelen voor veiligheid en orde en houden rechtspraak. Een dagelijks bestuur werd gevormd door enkele ingezeten geërfden, vaak buurmeesters of gezworenen genoemd. Binnen een buurschap bestonden nog kleinere eenheden, die werden aangeduid als rotten of gilden.

    De indeling die als opvolger kan gelden van de vroegere buurschappen is die in kerspelen. Behalve de naam en het grondgebied veranderde er in de organisatie zeer weinig. Naast deze kerspelen was er ook sprake van bijvoorbeeld de stadsvrijheid. De kerspelen hebben, hoewel niet meer feitelijk functionerend, voortbestaan tot 1798. Onder de regering van de graven en hertogen van Gelre en Zutphen kwam de indeling in ambten tot stand. De ambtsgrenzen werden veelal getrokken langs de voormalige grenzen van de buurschappen. Het Vorstendom Gelre en de graafschap Zutphen was onderverdeeld in de kwartieren Nijmegen, Zutphen en Arnhem. Het laatste kwartier bestond uit het drostambt Veluwe, het richterambt Arnhem en Veluwezoon, het richterambt Wageningen en de scholtambten Harderwijk, Elburg en Hattem.
    In dit geheel nam het richterambt Oldebroek, evenals overigens dat van Nybroek, op de Veluwe een bijzonder plaats in.

    Het richterambt Oldebroek

    De kern van de landsheerlijke taak bestond uit bestuur, rechtspraak, wetgeving en dijkbeheer. De in een ambt benoemde ambtenaren, zoals drost, schout en richter, behartigden de belangen van de landsheer. In de eerste plaats werkten zij echter samen met de geërfden in het ambt. De richter was tevens hulpofficier van de drost van Veluwe. Waarschijnlijk verrichtte hij voor de drost ook werkzaamheden in de omliggende schoutambten. Het grondgebied van het richterambt Oldebroek was veel kleiner dan de huidige gemeente Oldebroek.
    Zo hoorden Oosterwolde, Mulligen, Wezep en Hattemerbroek niet onder de jurisdictie.
    De werkzaamheden van de richter waren vooral van justitiële aard. Hiernaast voerde hij de bevelen van de drost uit tot handhaving van orde en veiligheid. De richter hield zich ook bezig met het onderhoud van de grote wegen en andere zaken van algemeen belang. Tevens zorgde hij voor publicatie van besluiten van de overheid.

    De richter in Oldebroek had, mede door de verworven privileges in de 14e eeuw, een veel zelfstandiger positie dan zijn collega's op de Veluwe. De richter was afkomstig uit de adel en werd benoemd door de hertogen van Gelre en vanaf 1579 door de Staten van Gelderland. De functie van richter werd veelal verpacht. De richter moest bij zijn aantreden een borg stellen door de betaling van een bepaald bedrag in de landskas. Dit borgtocht stellen was een verplichting daar de richter mede de belasting inde en ook de rechterlijke taak bracht geld op. Het gericht Oldebroek bestond uit de richter en een zestal door hem benoemde schepenen of gerichtslieden. In dienst van het gericht is aangesteld een secretaris (ook wel geheimschrijver genoemd) en een onderschout. Tevens heeft de richter een vervanger om tijdens zijn afwezigheid de zaken waar te nemen. Naast de rechterlijke en bestuurlijke taken van de richter, waarover hierna meer, verzorgde de richter in Oldebroek tevens de dijkschouw. Dit blijkt uit het feit dat de richters allen ook de titel dijkgraaf voerden.

    Over de geschiedenis van de polder Oldebroek en de rol van de richter als dijkgraaf is kort geschreven in de inleiding van de Inventaris van het archief van de voormalige zeepolder/polder Oldebroek 1730-1959. Hoewel in de hier voorliggende inventaris enkele stukken voorkomen met betrekking tot de werkzaamheden van de richter als dijkgraaf, laten we een verdere toelichting hier achterwege en verwijzen kortheidshalve naar bedoelde inleiding. De taken van het gericht werden veelal uitgevoerd in het richterhuis. Dit huis is gebouwd vlak na 1630 en stond iets ten noordwesten van de Lambertuskerk. De kosten van het ambtshuis kwamen voor rekening van de inwoners van het gericht. In 1748 werd door de ingezetenen geklaagd wegens het leegstaan van het ambtshuis en de kosten van reparatie terwijl de ambtslasten toch werkelijk al hoog genoeg waren (zie inventarisnummer 42). Het heeft dienst gedaan tot 1838 toen een nieuw gemeentehuis werd gebouwd. In het oude richterhuis werd een snelweverij gevestigd.

    De bestuurlijke taak van de richter

    Zoals hiervoor reeds vermeld had de richter meerdere taken. Eén daarvan was de bestuurlijke taak die hij verrichtte namens de landsheer. Op het belangrijkste deel hiervan, de belasting-inning, komen we hierna terug. De schriftelijke neerslag van deze bestuurlijke werkzaamheden is slechts gering. In elk geval werden door de richter, naaste het aanstellen van de vaste gerichtsfunctionarissen en de schepenen, ook benoemingen gedaan van bijvoorbeeld een vroedvrouw, schoolmeester, koster en andere min of meer maatschappelijke functies. Tevens was de richter verantwoordelijk voor het verzorgen van bekendmakingen namens de landsheer en later namens de Staten van Gelderland. Maar het meest omvangrijke werk van deze bestuurlijke taak werd gevormd door de belastingschatting en -inning.

    Belastingen

    Allereerst een stukje algemene geschiedenis van de belastingen. Dit wordt uitgebreid beschreven door De Vrankrijker in zijn boekje Geschiedenis van de belastingen. Belasting-inning geschiedde vanouds vanwege de voorziening in de eigen behoeften van de plaatselijke besturen. Hiernaast kon de landsheer ook een belasting vragen, de zogenaamde bede. Dit quotenstelsel - bestaande uit een verdeling in de omgeslagen lasten - werd in 1583 definitief aanvaard en bleef feitelijk in stand tot 1795. De plaatselijke besturen maakten afspraken met de heer over de bedragen die moesten worden afgestaan. Deze bedragen werden vervolgens omgeslagen naar geschat vermogen of veronderstelde inkomsten van de ingezetenen. Zo vond de uitzetting van de ambtslasten in Oldebroek plaats door de magistraat van de stad Elburg.

    In het archief komen veel gegevens voor over de pondschatting. Dat is het schatten van vermogen als maatstaf voor het omzetten van de lasten. Deze verponding was gabaseerd op de opbrengst van onroerend goed. De waardering van de verponding neemt in de loop der tijden in hoogte steeds toe. Van een 100ste penning wordt het een 10e penning. Hiernaast werd bijvoorbeeld ook belasting geheven naar het aantal haardsteden; dat is het aantal stookplaatsen in een huis. Hieraan kon de welstand van de belastingbetaler worden afgelezen.
    Naast deze belastingen werden er ook imposten geheven, vaak als plaatselijke inkomsten. Dit is een vorm van verbruiksbelasting of accijns op levensmiddelen en genotsartikelen. Zo lezen we, ook in Oldebroek, van de impost op wijn en azijn, op bier, op brandewijn, op het gemaal (granen en bonen), op zout, op zeep, op hoornvee (runderen van drie jaar en ouder) en op bezaaide landerijen.

    Nog een manier om geld te ontvangen was het in de 17e eeuw ingevoerde klein zegel voor allerlei akten, overeenkomsten, requesten, transporten en dergelijke. Na de instelling van de Bataafse Republiek volgde een verandering van het belastingstelsel. Zo werd in 1798 een staatsregeling ingesteld die een eenvoudiger inning moest bewerkstelligen. Hiervan kwam echter de eerste jaren in de praktijk nog niet veel terecht. Vanaf ongeveer 1806 werd een nieuw belastingstelsel ingevoerd, opgesteld door I.J.A. Gogel. Dit bouwde voort op het reeds bestaande stelsel, maar vereenvoudigde een en ander. Zo werd de verponding omgevormd naar de grondbelasting en werd een personele belasting ingevoerd, evenals het successierecht, zegelrecht, patent, en belasting op huur en op personeel. Veel oude belastingen waren in dit nieuwe systeem opgenomen, maar de inning was veel eenvoudiger. Er was een beter inzicht, de verdeling was evenrediger, er bleef minder geld "hangen" en zodoende kwam er meer in staats schatkist terecht.

    De rechterlijke taak van de richter

    Alvorens wat meer te vertellen over de rechterlijke taak van de richter, allereerst een schets van de rechterlijke situatie in het algemeen.
    De rechtsmacht is onder te verdelen in hoge en lage rechtsmacht. Onder hoge rechtsmacht verstaan we zaken zoals moord, verkrachting, brandstichting en dergelijke. Dit wordt ook wel de criminele jurisdictie genoemd. De lage rechtsmacht betreft boetstraffelijke zaken en civiele zaken. Dan spreken we ook nog van voluntaire jurisdictie of vrijwillige rechtspraak. Dit is het op rechtsgeldige wijze vastleggen van handelingen voor derden, zoals bijvoorbeeld de overdracht van onroerend goed.
    De richter treedt op als voorzitter van het gericht. De schepenen of gerichtslieden worden door de richter benoemd uit de geërfden. Deze schepenen treden op als oordeelvinders en vonniswijzers. De criminele rechtspraak komt na 1795 alleen nog maar toe aan de nieuw ingestelde rechtbanken. De civiele rechtspraak werd na 1795 nog uitgevoerd door het gericht, vanaf 1802 onder leiding van de scholtis die hulpofficier van de drost was. Per 1 maart 1811 werden de schepenbanken officieel afgeschaft.

    Als bijzonderheid voor het richterambt Oldebroek moet hier vermeld worden de ordonnantie om te protocolleren van 7 juni 1666 (zie inventarisnummer 193). Oldebroek was hierin een voorloper op vele gerichten op de Veluwe. Deze plaatselijke ordonnantie werd bekrachtigd door de resolutie van het kwartier op de landdag te Nijmegen in 1675, negen jaar later. De betreffende ordonnantie kan als volgt kort worden samengevat. Richter en schepenen ordonneren dat wegens fraude en bedriegerij alle acten door geërfden gezegeld in verband met onroerend en roerend goed (aliënatien, transporten, rentverschrijvingen, pandtschappen, tuchtingen) geprotocolleerd moeten worden. Alle akten moeten in het vervolg afgeschreven worden met de namen van kopers, verkopers en zegelaars. De ordonnantie zal hiertoe drie zondagen worden afgekondigd en vervolgens worden aangeplakt zodat ieder er rekening mee kan houden. Houdt men zich hier niet aan, dan kan de overeenkomst rechteloos worden verklaard. Men moet aan de inschrijving rechten kunnen ontlenen evenals duidelijkheid verkrijgen over de gepleegde handelingen. Oldebroek was hierin duidelijk vooruitstrevend.

    Verder kan nog worden opgemerkt dat in 1701 een plaatselijke resolutie (zie inventarisnummer 29) wordt aangenomen waarin naast bepalingen over de gerichtsjura (betaling van de gerechtskosten) een eed wordt opgenomen voor de schepenen of gerichtslieden die worden aangesteld door de "wettigen officier".

    Bestuurlijke situatie in de Franse tijd tot 1814

    De bestuurlijke geschiedenis van Oldebroek na 1795 wordt beschreven door J. Tabak in zijn inleiding bij de Inventaris van het archief van het gemeentebestuur van Oldebroek 1795-1813. Hier geef ik voor de overzichtelijkheid nog een korte samenvatting van dit verhaal, daar de richter in de praktijk na 1795 in Oldebroek nog blijft bestaan en het archief van het richterambt pas eindigt in 1811.
    Na de Bataafse revolutie in de winter van 1794-1795 vond in februari 1795 de verkiezing van de municipaliteit (gemeenteraad) plaats. Dit betekent het einde van het bewind van de richter. De municipaliteit hield zich bezig met de inning van belasting, kerkelijke zaken, waterschapstaken en lagere rechtspraak inclusief notariaat. De municipaliteit koos een richter die als voorzitter fungeerde bij de uitoefening van de rechtspraak en bij de handhaving van de openbare orde. Vanwege slechte ervaringen met de laatste richter weigerde de municipaliteit in eerste instantie een nieuwe richter aan te stellen. Op 24 maart 1796 werd toch een nieuwe richter benoemd, na enige druk van hogerhand.

    Na de staatsgreep in 1798 volgden bestuurlijke veranderingen. Oldebroek werd samen met Doornspijk, Oosterwolde, Elspeet en Ermelo opgenomen in de gemeente Nunspeet. Deze situtatie bleef gehandhaafd tot januari 1799 toen de oude grenzen weer werden hersteld.
    In 1801 volgde weer een staatsgreep en de municipaliteit werd vervangen door ambtsbesturen, geleid door de meestvermogenden (geërfden). De nog steeds gehandhaafde secretaris werd benoemd tot schout en kreeg als extra taak de handhaving van de openbare orde. De richter verdween van het bestuurlijke toneel. Ondertussen was van een algemeen kiesrecht bepaald geen sprake en maakten de geërfden en vermogenden de dienst uit. In 1811 werden de gemeente opnieuw samengevoegd door de inlijving van het in 1806 ingestelde Koninkrijk Holland bij het keizerrijk van Napoleon. Zo gingen Oldebroek, Doornspijk en Oosterwolde op in de mairie Doornspijk. In plaats van het ambtsbestuur kwam er een municipale raad. In 1811 kwam ook de scheiding tussen bestuur en rechtspraak/notariaat tot stand. Zo kwamen er afzonderlijke rechtbanken en notarissen. Dit betekende het definitieve einde van de taak van het voormalige richterambt.

    DE ARCHIEVEN

    De archiefstukken van het richterambt, zowel de neerslag van de bestuurlijke als de rechterlijke taak, vormden rond 1800 nog één archief. Door de veranderde bestuurlijke organisatie in de Franse tijd bleef dit echter niet gehandhaafd.
    De stukken die te maken hadden met de bestuurlijke taak van de richter kwamen toe aan de rechtsopvolger en dat was de municipaliteit en later het gemeentebestuur. Dit is ook de reden dat deze stukken als archief van het richterambt bewaard bleven in de gemeente Oldebroek.

    Met de neerslag van de rechterlijke activiteiten was het anders gesteld. De rechtsopvolger van deze taak in de nieuwe bestuurlijke opzet was de rechtbank. Bij decreet van 29 mei 1800 werd bepaald dat archivalia betreffende criminele en civiele rechtspraak moesten worden overgebracht naar de rechtbank in het arrondissement. Aan deze oproep werd slechts spaarzaam gehoor gegeven. In 1810 (8 november) volgde er een herhaling van dit decreet. In veel gemeenten is deze opdracht pas uitgevoerd na de bevrijding van de Franse overheersing.

    Dat de overdracht lang niet overal goed uitgevoerd was, bleek na de in werking treding van het Koninklijk Besluit van 8 maart 1879. Hierbij werd bepaald dat alle oudrechterlijke archieven moesten worden overgedragen naar de rijksarchieven in de provincie. Ook deze opdracht moest nogmaals herhaald worden en dit gebeurde bij Koninklijk Besluit van 9 oktober 1883. Uiteindelijk kwamen de rechterlijke stukken, na aan het einde van de negentiende eeuw nog door het gemeentebestuur van Oldebroek te zijn aangevuld, terecht bij het rijksarchief te Arnhem.

    In verband met het belang voor lokaal historisch onderzoek werd op aandringen van mijn voorganger, de heer J. Tabak, in 1988 door het gemeentebestuur een verzoek gericht aan de rijksarchivaris in de provincie Gelderland om het oudrechterlijk archief van Oldebroek in bruikleen te mogen krijgen. Aan dit verzoek werd door de rijksarchivaris voldaan en op 12 januari 1993 werden de archiefstukken overgebracht naar de archiefbewaarplaats te Oldebroek. Hiermee bevonden de stukken van de twee taken van het richterambt zich weer op één lokatie.

    Over de materiële staat van de stukken moet nog worden opgemerkt dat veel stukken schade hebben ondervonden door vocht en schimmel. Bepaalde gedeelten van het archief zijn hierdoor slecht leesbaar en (tijdelijk) niet raadpleegbaar. Restauratie heeft al voor een groot deel plaatsgevonden. Hierbij spreek ik de hoop uit dat dit over enkele jaren eveneens voor de rest van het archief mag gelden.

    VERANTWOORDING VAN DE INVENTARISATIE

    Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat het zogenoemde archief van het richterambt en het oudrechterlijk archief oorspronkelijk één geheel vormde. De inventarisator besloot hierom deze oude orde te herstellen en beide archiefbestanddelen samen te voegen en te beschrijven in één inventaris.

    Het in Oldebroek aanwezige deel van het archief van het richterambt is decennia lang door de diverse bestuurders en ambtenaren bewaard bij het archief van het gemeentebestuur. In 1989 publiceerde de toenmalige archivaris, de heer J. Tabak, de Inventaris van het archief van het richterambt Oldebroek 1622-1795. Bij zijn inventarisatie heeft hij de stukken ingedeeld in de hoofdrubrieken stukken van algemene aard en stukken betreffende bijzondere onderwerpen. De stukken van algemene aard bestonden uit correspondentie en bekendmakingen. De stukken betreffende bijzondere onderwerpen waren onderverdeeld in de subrubrieken financiële administratie, belastingen, bevolking, openbare gezondheid, onderwijs, verkeer en vervoer, openbare verkoop. Hiermee hanteerde de inventarisator het basisschema wat ook geldt voor de indeling van de archiefstukken van het gemeentebestuur. Het ging hier om de bestuurlijke neerslag van de handelingen van de richter. Achterin de voorliggende inventaris bevindt zich een concordantie tussen de nummers van de inventaris uit 1989 en de huidige inventaris.

    De archivalia als neerslag van de rechterlijke taak bevonden zich zoals gemeld bij het rijksarchief in Arnhem. Door een van de medewerkers van het rijksarchief (helaas is de naam onbekend) is het materiaal toegankelijk gemaakt middels de Inventaris van het oud-rechterlijk archief van het ambt Oldebroek. Ook het jaar van publikatie is niet te achterhalen. De beschreven stukken zijn ingedeeld in de volgende rubrieken: criminalia en fiscalia, civiele rechtspraak, vrijwillige rechtspraak, huishoudelijke zaken en niet rechterlijke stukken. De manier van beschrijven in deze inventaris is voor de gemiddelde onderzoeker zeker niet duidelijk en inzichtelijk genoeg. Dit was mede aanleiding voor de herinventarisatie van deze archivalia. Van de hernummering van de oude inventaris naar de in de nieuwe inventaris gehanteerde nummering is achterin eveneens een concordantie opgenomen.

    Het totaal van archiefstukken van het richterambt Oldebroek is opnieuw beschreven en geordend. Vervolgens zijn de stukken onderverdeeld naar de twee hoofdtaken: bestuurlijk en rechterlijk. Bij de hoofdtaak bestuur worden eerst de algemene stukken beschreven. Hieronder vallen de correspondentie en de bekendmakingen. De rubriek stukken betreffende bijzondere onderwerpen is verdeeld in de subrubrieken organisatie, personeel, bevolking, lijkschouwingen en medische hulp, financiën, belastingen, waterschapszaken. Vanwege de grote hoeveelheid stukken die betrekking hebben op de belastingen is deze rubriek gesplitst in enkele algemene stukken, archivalia betreffende de verponding, inzake de ambtslasten en betreffende overige belastingen en accijnsen.

    De stukken die bewaard zijn gebleven als uitvloeisel van de rechterlijke taak van de richter zijn eveneens vrij omvangrijk. In dit taakgebied is, naast enkele algemene stukken, onderscheid gemaakt tussen criminele rechtspraak, civiele rechtspraak en vrijwillige rechtspraak. Afzonderlijk is nog opgenomen het onderdeel voogdij-aangelegenheden. Achter in de inventaris is een tweetal concordanties opgenomen van de hernummering van de oude inventarissen naar de hier gehanteerde nummering. Vervolgens wordt in de bijlagen een overzicht gegeven van enkele functionarissen van het gericht en door de richter benoemd personen. De benoemingen op het gebied van waterschapstaken zijn niet opgenomen (zie hiervoor ondermeer de inventarisnummers 20-25). De in de bijlagen opgenomen gegevens zijn niet volledig. De inventarisator hoopt hiermee een aanzet te geven tot nader onderzoek en hierdoor een uitbreiding van dit overzicht. Tot slot is een index op persoonsnamen en aardrijkskundige namen, die in deze inventaris worden vermeld, opgenomen.

    De omvang van het archief van het richterambt is 5,6 strekkende meter. Het archief is geheel toegankelijk; er zijn geen openbaarheidsbeperkingen van toepassing met uitzondering van de wegens de materiële staat niet raadpleegbare stukken.
    Bij bronvermelding wordt verzocht dit archief te vermelden als: Archief richterambt Oldebroek, inv.nr. ..


    GERAADPLEEGDE LITERATUUR

    1. A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, dl. 8, blz. 401-405, Gorinchem 1846, herdruk Zaltbommel 1978.

    2. A.H. Martens van Sevenhoven, Schets van de geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland vóór de invoering der Gemeentewet van 1851. In: Bijdragen en Mededelingen Gelre, deel XXIV, 1921, blz. 1-50.

    3. W. de Vries, Rechterlijke instellingen in Gelderland, Arnhem 1970.

    4. S.W. Verstegen, Gegoede ingezetenen. Jonkers en geërfden op de Veluwe tijdens Ancien Régime, Revolutie en Restauratie (1650-1830). Geldersche Historische Reeks XIX, Arnhem 1990.

    5. A.C.J. de Vrankrijker, Geschiedenis van de belastingen, Bussum 1969.

    Artikelen in Uth het Oulde-Bruck, uitgave van de Oudheidkundige Vereniging "De Broeklanden".

      1. G. Wentzel, Oldebroeker predikant had in 1749 twee "coebeesten",
        juli 1984, 4e jaargang nr. 3.

      2. H. Fikse, Iets over het oud-archief van de Gemeenten Doornspijk en Oldebroek,
        april 1986, 6de jaargang nr. 2.

      3. H.J. van de Zedde (naar G. Wentzel), Het hart van Oldebroek,
        januari 1992, 12e jaargang nr. 1.

    1. J.M. Verhoef, De oude Nederlandse maten en gewichten, Amsterdam 1983.

    2. D.T. Koen, Inventaris van de archivalia afkomstig van de dorpsgerechten in de provincie Utrecht 1489-1811, Utrecht 1985.

    3. Inventaris van het oud-rechterlijk archief van het ambt Oldebroek (auteur niet bekend, RA-Gelderland, z.j.)

    4. J. Tabak, Inventaris van het archief van het richterambt Oldebroek 1622-1795, Oldebroek 1989.

    5. J. Tabak, Inventaris van het archief van het gemeentebestuur van Oldebroek 1795-1813. Oldebroek 1990.

    6. Inventaris van het archief van de voormalige zeepolder/polder Oldebroek 1730-1959 (auteur niet bekend, Polderdistrict Noordwest-Veluwe, z.j.).



    INVENTARIS

    BESTUURLIJK

    STUKKEN VAN ALGEMENE AARD

    Correspondentie

    1-5. Ingekomen en minuten van uitgegane stukken, met name tussen de richter en de secretaris van het gericht,

      over algemene zaken, 1696-1793 en z.j. 4 pakken en 1 omslag

      1. 1696-1759
      2. 1760-1767
      3. 1768-1779
      4. 1780-1793
      5. z.j. (omslag)

    Bekendmakingen

    6-12. Ingekomen en concepten van uitgegane stukken bij de richter, voornamelijk afkomstig van

      de raden van het vorstendom Gelre en de graafschap Zutphen, 1564-1790. 7 pakken
      N.B. Het betreft hier vooral correspondentie inzake te verrichten publikaties en bekendmakingen.
      Over de periode 1791-1794 is geen correspondentie aanwezig.

    6. 1564, 1674-1749
    7. 1750-1759
    8. 1760-1769
    9. 1770-1779
    10. 1780-1783
    11. 1784-1786
    12. 1787-1790

    13-16. Ingekomen en concepten van uitgegane stukken bij de richter, voornamelijk afkomstig van

    de raden in den Hove van Justitie in Gelderland, later van de provisionele Drost van Neder
    Veluwen, 1795-1806.
    4 pakken

    13. 1795-1797
    14. 1798-1801
    15. 1802-1803
    16. 1804-1806

    17-18. Ingekomen en concepten van uitgegane stukken bij de richter, voornamelijk afkomstig van

    de Bailluw van Neder Veluwen, 1807-1810.
    2 pakken

    17. 1807-1808
    18. 1809-1810

    19. Bekendmakingen, 1694-1783 en z.j.

    1 omslag



    STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN

    Personeel

    20. Register met afschriften van aanstellingen van de richter en dijkgraaf in het richterambt

    Oldebroek over 1686-1760, aangelegd ca. 1750.
    1 deel

    21. Register met afschriften van aanstellingen van de gerichtsdienaar of schout over 1694-1760,

    aangelegd ca. 1750.
    1 deel

    22. Akten van aanstellingen van ambtenaren van het gericht, 1685-1790.

    1 omslag

    23. Register met afschriften van aanstellingsakten en benoemingen van de richter,

    plaatsvervangend richter, schepenen, kerkmeesters, gildemeesters, aalmoeseniers
    of diakenen, santgraven, sluismeesters, heemraden, dijkschrijvers, secretaris, fiscael,
    gerichtsdienaars, ontvanger, koster-schoolmeester, schout of gerichtsdienaar,
    orgelpoetser, vroedvrouw, doodgraver, schoter, graftemaker van de Gelderse Graft,
    oppasser van sluizen en bruggen en armjager, 1749-1799.
    1 deel
    N.B. Volgens een mededeling op het schutblad is dit deel aangekocht bij Quint in
    Gouda in november 1886 voor een bedrag van f 3,02½. Het rijksarchief in
    Gelderland registreerde deze aanwinst onder nummer 33. Dit deel heeft
    oorspronkelijk wel tot het archief behoord. "Registrature van akten van aanstellingen".

    24. Register met afschriften van aanstellingen van bedienden bij het gericht, 1750-1773.

    1 deel

    25. Register met afschriften van aanstellingen van armenjager en ambtsdienaar, 1751-1759.

    1 deel

    26. Afschrift van het aanstellingsbesluit door de richter van Oldebroek van Jannetje Gijsberts van

    Doorn uit Elspeet tot vroedvrouw voor het ambt Oldebroek, 1783 maart 17, met verklaring
    van te betalen salaris, 1783 maart 17, met bijlagen inzake referenties, 1775-1781.
    1 omslag

    27. Afschrift van het aanstellingsbesluit door de richter van Oldebroek van Berent van Langen als

    schoolmeester in de ontstane vacature door het overlijden van Gerrit Arents Stange,
    1716 maart 2.
    1 stuk

    28. Stukken betreffende de sollicitatieprocedure in de vacature voor schoolmeester, ontstaan door

    het overlijden van Berent van Langen, 1761.
    1 omslag

    29. Resolutie betreffende het betalen van de gerechtskosten, met eedsaflegging door de

    schepenen, 1701.
    1 stuk

    30. Concept-instructie voor de voerman en commissaris van de postwagen voor de route van

    Hattem op Elburg, 1747.
    1 stuk

    31. Stuk houdende formulering van de eed voor onderschout en de eed voor de stads- dienaar,

    z.j.
    1 stuk



    Bevolking

    32. Lijst van de huisgezinnen en het aantal personen per gezin, 1748.

    1 deeltje

    33. Lijst van weerbare mannen tussen de 18 en 50 jaar in het richterambt, 1789.

    1 stuk
    N.B. Deels slecht leesbaar wegens vochtschade.



    Lijkschouwingen en medische hulp

    34. Stukken betreffende lijkschouwingen door de chirurgijn en medisch doctor, 1752-1808.

    1 pak

    35. Extract uit het resolutieboek van de Rekenkamer van Gelderland betreffende de te betalen

    vergoeding wegens het "visiteren van dode lichamen", 1767 dec. 3.
    1 stuk
    N.B. Dit stuk komt uit inventarisnummer 34 en heeft betrekking op de lijkschouwingen
    in de periode 1752-1760.

    36. Verklaringen van meester-chirurgijn Harmen Smeeding te Oldebroek wegens het behandelen

    van gewonden door steekpartijen, 1754, 1756 en 1768.
    3 stukken



    Financiën

    37. Bijlagen bij de rekeningen van de richter, 1692, 1706, 1709.

    1 omslag
    N.B. De rekeningen zijn verloren gegaan.

    38. Rekeningen en kwitanties betreffende gedane uitgaven voor het richterambt, zoals kosten

    voor kleding, het ambtshuis, representatie, administratie en personeel, 1755-1795.
    1 pak
    N.B. Niet compleet.

    39. Overzichten van door derden aan richter D. Feith in rekening gebrachte kosten voor leveranties

    en diensten, 1691-1703.
    1 omslag
    N.B. Deels slecht leesbaar door vochtschade.

    40. Stukken betreffende een geschil tussen de geërfden van het ambt Oldebroek en de

    magistraat van Elburg inzake het leggen van een nieuwe sluis tussen de stadsgracht en
    de haven van Elburg, 1694-1697.
    1 omslag
    N.B. In slechte staat.

    41. Stukken houdende toestemming van de richter aan particulieren om te mogen collecteren,

    1737-1770 en z.j. Minuten.
    1 omslag
    N.B. Deels in slechte staat.

    42. Bezwaarschrift door inwoners van het ambt Oldebroek tegen het gericht, ondermeer

    betreffende het leegstaan van het ambtshuis en de hoge ambtslasten, (c. 1748).
    1 stuk

    43. Stukken betreffende de opdracht om zich met zeven wagens, ieder bespannen met twee

    paarden, te begeven naar Arnhem om zich in dienst te stellen van het Engelse leger,
    1794.
    2 stukken
    N.B. Geurt Jans weigert zich als conducteur aan te melden bij de Engelse commissaris
    Le Mesaurier in de Zwanesteeg te Arnhem.



    Belastingen

    44. Verklaringen van getuigenverhoor inzake het niet betalen van de belasting voor nieuw

    ontgonnen grond, 1668, 1670.
    1 omslag

    45. Stukken betreffende het proces voor het Hof van het vorstendom Gelre en de graafschap

    Zutphen tussen de magistraat van Elburg en richter en schepenen van het richterambt
    Oldebroek inzake de uitzetting van de ambtslasten, 1680-1681.
    1 omslag

    46. Lijst van rundvee dat in het richterambt in 1719 aan de besmettelijke ziekte is gestorven,

    1720.
    1 stuk
    N.B. De aantallen bedragen 200 melkkoeien, 54 vaarzen en 58 pinken.

    47. Register waarin staat geregistreerd het aantal woningen, de naam van de bewoner, het

    beroep, aantal gezinsleden, personeel, aantal haardsteden, hoeveelheid bebouwd land
    en de aanslag voor de accijns, met verwijzing naar het pachtboek, 1749.
    1 deel



    Verponding
    Inleiding verponding

    48-49. Kohieren van verponding voor het ambt Oldebroek inclusief Kamperveen, 1622-1623.

    2 stukken

    48. 1622
    49. 1623

    50. Kohier van schildschatting voor het ambt Oldebroek, 1623.

    1 stuk

    51-52. Kohieren van verponding voor het ambt Oldebroek inclusief Kamperveen, 1624, 1626.

    2 stukken

    51. 1624
    52. 1626

    53. Kohier van verponding in het ambt Oldebroek, 1648.

    1 deel
    N.B. Belasting 9e penning (gebouwd) en 6e penning (ongebouwd).
    Voorste en achterste pagina's ontbreken.

    54. Kohier van verponding, 1648, afgesloten in 1650. Afschrift.

    1 deel
    N.B. Dit deel is een afschrift van inventarisnummer 53. De in deel 53 ontbrekende
    pagina's zijn hier wel aanwezig.
    Voorin staat een memorie: "Dat dit Ampt heeft te onderholden, tot laste der landerijen
    2 holte sluijsen waer van de ene gecost heeft 2 a 2300 gulden en de andere moet
    vernieut worden. Noch 2 bruggen over de Geldersche graft en vijf kommen die ijeder
    oock wel 50 dalers costen."

    55. Kohier van verponding en het bezit van rundvee, waarbij tevens het aantal personen van

    vijf jaar en ouder per gezin wordt vermeld, 1682.
    1 stuk

    56-58. Kohieren van verponding, 1685, 1694, 1696.

    3 stukken
    N.B. De inventarisnummer 57 en 58 zijn door vochtschade deels slecht leesbaar.

    56. 1685, met aantekeningen
    57. 1694
    58. 1696

    59. Register houdende:

    - kohier van verponding, 1697
    - kohier van de 40ste en 50ste penning, 1697-1705
    - kohier van de 500ste penning, 1697-1698
    - kohier van de "vijf speciën", belasting op meel, vlees, zout, rundvee en bouwland,
    1696-1699.
    1 deel
    N.B. Met enkele losse stukken inliggend.

    60. Kohier van verponding, alfabetisch geordend, met borderel van te verwachten opbrengsten,

    1753, met aantekeningen van veranderingen, 1753-1797.
    1 deel
    N.B. "Maancedulle van de Ordinaire verponding van 't Regter Ampt Oldebroek"

    61-62. Kohieren van verponding, 1768-1772.

    2 delen

    61. 1768 dec. 8 - 1769 mei 6
    62. 1769 mei 1 - 1772 april 2

    63. Kohier van verponding, alfabetisch geordend, 1769-1771.

    1 deel
    N.B. Grotendeels gaat het hier om dezelfde gegevens als in de inventarisnummers
    61 en 62.

    64. Kohier van verponding, alfabetisch geordend, 1772-1776.

    1 deel

    65. Kohier van verponding, alfabetisch geordend, met borderel van te verwachten opbrengsten,

    1773.
    1 deel

    66. Processen-verbaal betreffende de door het richterambt Oldebroek op te brengen aandeel in de

    verponding, uitgezet voor de jaren 1749-1794, 1749-1793.
    1 pak
    N.B. Het gaat hier om de inning van de 6e penning van de landerijen en hoven en de
    9e penning van de huizen en molens. De verbalen voor de uitzetting over de jaren
    1787-1788 en 1791-1792 ontbreken.

    67. Aantekeningen van de ontvanger der verponding inzake veranderingen zoals verdeling en

    splitsing van het onroerend goed, 1781-1798.
    1 omslag
    N.B.Deze aantekeningen betreffen inventarisnummer 65.

    68. Lijst van nieuw ontgonnen grond en gebouwde huizen tussen 1628 en 1669, opgemaakt ten

    behoeve van de belastingheffing, (c. 1670). Afschrift.
    1 stuk

    69. Stukken betreffende de verponding, 1682-1781.

    1 omslag

    70. Stukken betreffende de door C.W. van Haersolte tot Staveren te betalen verponding wegens

    zijn bezit van de Zwaluwenburg en bijbehorende landerijen en erven, met afschriften van
    retro-acta, 1765-1766.
    1 omslag



    ambtslasten

    71. Kohier van belasting voor de ambtslasten, 1707-1709. Afschrift.

    1 stuk

    72-82. Kohieren van belasting voor de ambtslasten, met rekening van de kosten, 1748-1791.

    Afschriften.
    10 delen en 1 omslag

    72. 1748-1751
    73. 1752-1753 (omslag)
    74. 1770-1771
    75. 1772-1773
    76. 1774-1775
    77. 1776-1777
    78. 1778-1779
    79. 1780-1781
    80. 1782-1783
    81. 1784-1785
    82. 1790-1791

    83. Stukken betreffende een geschil inzake het innen van de ambtslasten van de onderscheiden

    hoveniers van de heer van Zaluwenburg, C.W. van Haersolte, 1765.
    1 omslag


    overige belastingen en accijnsen

    84. Kohier van de 20ste penning met gegevens vanaf 1666 betreffende de inning over de jaren

    1687-1693.
    1 stuk
    N.B. Door vochtschade deels slecht leesbaar.

    85. Stuk houdende een opgave van bij de inwoners van het ambt Oldebroek aangetroffen en

    aangegeven voorraden wijn, bier, azijn, zeep en mout, 1682-1686.
    1 stuk
    N.B. Door vochtschade deels slecht leesbaar.

    86. Stukken betreffende verschillende belastingen, waaronder die op de vijfhonderdste penning,

    op bieren en op gedistilleerd, 1682-1776 en z.j.
    1 omslag
    N.B. In zeer slechte staat.

    87. Kohier van de 500ste penning, 1694.

    1 stuk
    N.B. Door vochtschade deels slecht leesbaar.

    88. Kohier van de 500ste penning, 1694, met aantekeningen betreffende betaling van deze

    personele vermogensbelasting, 1694-1695.
    1 stuk
    N.B. Door vochtschade deels slecht leesbaar. Dit kohier vermeldt dezelfde gegevens
    die voorkomen in inventarisnummer 88. Hiernaast komen nog meer gegevens
    voor.

    89. Lijst van aangeslagenen voor de belasting op wijn, bier, mout, zeep, azijn, schillincxs en

    het passagegeld, 1695-1696.
    1 stuk
    N.B. In slechte staat

    90. Kohier van de accijns op huisbier en schillincxs, 1696-1697.

    1 stuk
    N.B. "Cedule van Huijsbyer en schillincxs accijns beginnende mit den 1 july 1696".

    91. Stukken betreffende de 40ste, 50ste en 100ste penning, 1696-1798.

    1 omslag
    N.B. In zeer slechte staat.

    -. Register houdende:

    - kohier van verponding, 1697
    - kohier van de 40ste en 50ste penning, 1697-1705
    - kohier van de 500ste penning, 1697-1698
    - kohier van de "vijf speciën", belasting op meel, vlees, zout, rundvee en bouwland,
    1696-1699.
    N.B. Zie inventarisnummer 59; met enkele losse stukken inliggend.

    92. Kohier van de "liberale gifte", 1748.

    1 deel
    N.B. Deze liberale gifte was een buitengewone belasting die werd gevorderd in verband
    met de kosten van de Oostenrijkse Successie-oorlog

    93. Formulieren van aangifte voor de "liberale gifte", ingevuld door de inwoners van het ambt

    Oldebroek, 1748.
    1 pak

    94-102.Registers met aantekeningen van inkomsten van de 50ste en mindere penningen in

    verband met vererving en verkoop van onroerend goed, met bijlagen, 1770-1781.
    9 deeltjes

    94. 1770-1771 juni
    95. 1771
    N.B. De maanden januari tot en met juni zijn overgenomen uit inventarisnummer 94.
    96. 1772
    97. 1773
    98. 1775
    99. 1777
    100. 1779
    101. 1780
    102. 1781


    Waterschapszaken

    103. Stukken betreffende dijk- en waterschapszaken, voornamelijk inzake schouwen van sloten,

    1753-1761.
    1 omslag


    RECHTERLIJK

    STUKKEN VAN ALGEMENE AARD

    104. Notulen van de gehouden gerichtsdagen, 1706 maart 12-1708 dec. 20 en 1809 febr. 4.

    Concepten.
    1 omslag

    105. Besluiten van het gerecht, 1689-1745. Concepten en minuten.

    1 omslag
    N.B. Het betreft hier enkele losse sententiën.

    106. Verzoekschriften betreffende diverse zaken, met appoinctementen, met aantekeningen

    betreffende uitvoering door de schout of onderschout, 1692-1793.
    1 omslag

    107. Aankondigingen uitgaande van de richter, met concepten, 1747-1765.

    1 omslag

    -. Resolutie betreffende het betalen van de gerechtskosten, met eedsaflegging door de

    schepenen, 1701.
    N.B. Zie inventarisnummer 29.

    -. Stuk houdende een ordonnantie inzake het protocolleren, 1666 juni 1. Afschrift.

    N.B. Bevindt zich in inventarisnummer 193.

    STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN

    Criminele rechtspraak

    108-112. Stukken betreffende voor het gerecht gevoerde lijfstraffelijke en boetstraffelijke processen,

    1573-1810 en z.j.
    3 omslagen en 2 pakken

    108. 1573-1699
    109. 1707-1759 (pak)
    110. 1760-1762
    111. 1763 (pak)
    112. 1766-1782, 1810 en z.j.

    113. Lijst van vastgestelde boetes per lijfstraffelijk delict, z.j.

    1 stuk

    114. Rol van breuken, opgemaakt door de gerichtsdienaar of onderscholt, met aanwijzingen

    voor de behandeling ten gerichte, 1746-1760.
    1 omslag
    N.B. Breuken zijn overtredingen van eenvoudige aard, zoals messentrekkerij, vechten
    en ook zaken waarij zonder toestemming was gehandeld.

    115. Register houdende aantekeningen van breuken en betaling van boetes, opgemaakt door de

    richter, 1749-1763.
    1 deel

    116. Lijsten met namen en signalementen van gezochte personen, ingekomen bij het gerecht,

    1731, 1759, 1762-1766 en z.j.
    1 pak

    117. Vonnissen ten laste van zeven gevangenen te Den Bosch, welke zijn geëxecuteerd op

    13 december 1766, ingekomen bij het gerecht, (1766). Gedrukt.
    1 stuk



    Civiele rechtspraak

    118-124. Rol van civiele en vrijwillige zaken, 1617-1801.

    7 delen
    N.B.Het laatste deel van inventarisnummer 121 is zwaar door vocht aangetast en
    gedeeltelijk onleesbaar. Inventarisnummers 118-121 "Gerichtsboek",
    inventarisnummers 122-124 "Pleidooiboek".

    118. 1617 dec. 11, 1620 mei 18 - 1635 dec. 3
    119. 1635 dec. 3 - 1644 okt. 17
    120. 1645 febr. 14 - 1676 maart 2
    121. 1681 aug. 18 - 1749 jan. 31
    122. 1685 - 1705 okt. 28
    123. 1706 mei 12 - 1744 juni 18
    124. 1752 juli 24 - 1765 maart 12, 1799 en 1801

    125-133. Minuten van akten van civiele rechtspraak, 1650-1797 en z.j.

    8 pakken en 1 omslag

    125. 1650-1680 (omslag)
    126. 1682-1690
    127. 1691-1699
    128. 1700-1709
    129. 1710-1739
    130. 1740-1749
    131. 1750-1759
    132. 1760-1797
    133. z.j.

    134-147. Stukken houdende getuigenverhoren bij civiele zaken, 1670-1810 en z.j.

    13 pakken en 1 omslag

    134. 1670-1699
    135. 1701-1750
    136. 1751-1759
    137. 1760-1763
    138. 1764-1779
    139. 1780-1787
    140. 1788
    141. 1794-1799
    142. 1801-1802
    143. 1803
    144. 1804-1805
    145. 1806-1808
    146. 1809-1810
    147. z.j.

    148. Register van getuigenverhoren bij civiele zaken, 1756 febr. 9 - 1764 nov. 27.

    1 deel

    149-152. Stukken houdende opdrachten aan de gerichtsdienaar om gedaagden voor het gericht te

    brengen, met mededelingen daarop van de gerichtsdienaar, 1691-1810 en z.j.
    4 pakken

    149. 1691-1749
    150. 1750-1759
    151. 1760-1799
    152. 1809-1810 en z.j.

    153-155. Stukken houdende declaraties van de kosten van civiele processen, 1691-1782 en z.j.

    3 pakken

    153. 1691-1698
    154. 1706-1744
    155. 1750-1782 en z.j.

    156. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Tijmen Heijmenssen

    en Frank Henricksen, 1565.
    1 omslag

    157. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Eberhardt van Doorne,

    vrijheer van Asten etc., en Gerhardt de Vos, 1687-1690.
    3 pakken

    158. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Willem Aerentsen

    Raedemaker namens de arme burgers en juffrouw Margareta Hegemans, 1687-1688.
    1 omslag

    159. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Gerrit Dijck en

    Aert Janssen, 1686-1689.
    1 pak

    160. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Claes Bartoltsen,

    namens Annetjen Driessen, en Jan en Harmen Driessen, 1689.
    1 omslag
    N.B. Bevindt zich in slechte staat.

    161. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Henrick Jansen

    Spijckerboer en Dries Gerritsen en Jan Henricksen c.s. als kinderen en erfgenamen van
    Gerrit Andriessen en Aeltjen Jacobs, 1690-1691.
    1 omslag

    162. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Elbert Stevensen Muller

    en Berent Jansen de Jonge als borg voor Claes Jansen en zijn echtgenote Leentjen Stevens
    en Hendrick Stevens, 1691.
    1 omslag

    163. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen richter Dibbolt Feith en

    Jan Gerritsen, 1692.
    1 omslag

    164. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen secretaris Berent Dijck

    en Derck Jacobsen, 1693.
    1 omslag

    165. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen de erfgenamen van

    richter Dibbolt Feith en Geertruid Mullers, weduwe van Beert Roelofsen, 1694.
    1 omslag

    166. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Peter Jansen en

    luitenant Eben, 1700.
    1 omslag

    167. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen juffrouw Judith van

    Middagten en Beert Janssen de Jonge, 1699-1701.
    1 omslag

    168. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Jan Geerlighsen en

    Hendrik Gerretsen als mombers van de onmondige kinderen van wijlen Henrik Jansen en
    Lutgertjen Jans, weduwe van Dirk Gerretsen, 1706.
    1 omslag

    169. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen overste Gerhard van

    Zuijlen van Nijvelt en Stoffel Wernerts Smit namens J. Taback, 1710.
    1 omslag

    170. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Heijmen Gerrits c.s. als

    erfgenamen van Gerrit Dircks en de kinderen van Henrick Luichjes, 1719.
    1 pak

    171. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Alexandrina IJlst als

    voogdes van Haijo Jacobus Erkelens c.s. en Lucretia Erkelens c.s., 1728.
    1 pak

    172. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Maria Feith, weduwe

    van Gerrit Witte, en Hendrick Veltkamp, 1738.
    1 omslag

    173. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Johannes Brouwer en

    Willem Willemsen van Werven, 1739.
    1 omslag

    174. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Richard Ketel als

    rechthebbende bij erfkoop en cessie van Reijnier Adriaen Gansneb genaemt Tengnagel c.s.
    en Reijer Cornelissen, 1739-1742.
    1 omslag

    175. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Beert Beertsen en

    Beert Janssen, 1743.
    1 omslag

    176. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Willem Willemsen van

    Werven en Johannes Brouwer, 1743-1745.
    1 omslag

    177. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Jacob de Man en

    Aeltjen van Steenwijk, weduwe van ds. Daniel van Diest, 1745.
    1 omslag

    178. Stuk betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Lambert Dreesen en

    Jannis Gerritsen, 1747.
    1 stuk

    179. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Philip Willem

    Mechmershausen en Jan Schrijver, 1750.
    2 stukken

    180. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Jan Janszoon Kok en

    Hendrick Tornee, 1753.
    1 omslag

    181. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Jacob de Man en

    Tijmen Jansen en Batte Frerix in den Eeckelenboom, 1754.
    1 omslag

    182. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Jan Arris en Willem

    Willemsen, 1754-1756.
    1 omslag

    183. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Asse Harms en Jan

    Beertsen en Jutje Hendriks, 1757.
    1 omslag

    184. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen mr. Dirk Daniel

    Bongaart en Jan Willemsen Brummel, 1759.
    1 pak

    185. Stuk betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen B. Dijk en Hendrik Torné,

    1759.
    1 stuk

    186. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Berent Dijck als

    secretaris van het gericht, en Jacob en Gerrit Harmsen, 1759.
    1 omslag

    187. Stuk betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Jan Koninck en Hendrik

    Torné, 1760.
    1 stuk

    188. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Hendrik Jacobs en

    Jan Gerrits Fijn, 1764.
    1 omslag

    189. Stukken betreffende een voor het gerecht gevoerd civiel proces tussen Luigje Coops en

    kapitein A.L. Daendels namens vrouwe A.H. Sloet, 1765.
    1 pak

    190. Stukken betreffende civiele zaken die door onderlinge schikking niet voor het gerecht zijn

    gebracht, 1759, 1770, 1772 en 1781.
    1 omslag

    191. Stukken betreffende de verkoop van de gerede en ongerede goederen uit de boedel van

    wijlen Fredric Hendrik van Dedem, ontvanger-generaal van het Kwartier van Veluwe, en
    zijn weduwe H.G.van Zuijlen van Nievelt ter voldoening van de schuld aan het Kwartier, 1760.
    1 pak



    Vrijwillige rechtspraak
    N.B. Zie ook de inventarisnummers 118-124.

    192. Register houdende voor het gerecht gemelde pandingen, momberschappen en enkele andere

    akten, 1666 juni 7 - 1693 okt. 16.
    1 deel

    193-204. Protocol van akten inzake ondermeer transport en hypotheek van onroerend goed, 1666-

    1811.
    12 delen

    Transcripties en indexen van de protocollen 1666-1811 zie Rechtspraak en Notaris
    P. Zunderman
    193. 1666 juli 19 - 1745 juli 24, met gedeeltelijke index
    N.B. Voorin is een afschrift opgenomen van de ordonnantie inzake het instellen van dit
    protocol door richter en schepenen van het richterambt Oldebroek d.d. 7 juni 1666.
    "Protocol van alienatien, verbintenissen van ongerede goederen" of "Prothocol van
    aliënatien en beswaer".
    194. 1706 febr. 10 - 1727 jan. 31
    N.B. Zelfde soort akten als in inventarisnummer 193, komen daarin echter niet voor.
    195. 1728 aug. 18 - 1748 nov. 22
    N.B. Zelfde soort akten als in inventarisnummer 193, komen daarin echter niet voor.
    196. 1745 nov. 5 - 1754 maart 25, nummers 1-88, met index, en
    1747 juni 5 - 1755 dec. 5, nummers 1-236, met index
    197. 1756 jan. 10 - 1765 maart 7, met index
    198. 1765 jan. 26 - 1770 dec. 27
    199. 1770 okt. 11 - 1776 juni 10
    200. 1776 sept. 19 - 1784 aug. 10
    201. 1784 aug. 10 - 1796 okt. 14
    202. 1796 okt. 19 - 1803 mei 14
    203. 1803 mei 24 - 1806 dec. 31
    N.B. In het achterste deel van dit protocol bevinden zich akten die zijn opgemaakt
    in de periode 1779-1792 en geregistreerd door protocolhouder Jacob de Hen op
    31 december 1806. De betreffende akten handelen over boedelscheiding.
    204. 1807 jan. 20 - 1811 febr. 26
    N.B. Dit protocol begint met akten over de periode 1779-1799, geregistreerd op
    1 januari 1807.

    205-207. Indices op de voorgaande protocollen, 1796-1811.

    3 stukken
    205. 1796-1803
    206. 1803-1806
    207. 1806-1811

    208. Bijlagen bij de protocollen, 1678, 1735, 1777-1779, 1791.

    1 omslag
    N.B. In slechte staat.

    209. Stuk met aantekeningen betreffende overdracht en hypotheken op percelen in het ambt

    Oldebroek, 1675-1699.
    1 stuk
    N.B. Volgens een vermelding op het stuk zijn de aantekeningen afkomstig uit het deel
    Doornspijk VI.1.

    210. Minuten van akten van voornamelijk transport, hypotheek, obligatie, publieke verkoping,

    1670-1793.
    1 omslag
    N.B. Verkeert deels in slechte staat.

    211. Testamenten, 1674-1780.

    1 omslag

    212. Akten van huwelijkse voorwaarden, 1667-1780.

    1 omslag

    213. Minuten van akten voor de schout van het ambt Oldebroek als geauthoriseerde namens de

    baljuw van Neder-Veluwe betreffende transport, testamenten en huwelijkse voorwaarden,
    1806-1810.
    1 omslag

    214-215. Registers van boedelscheidingen, 1754-1806.

    2 delen

    214. 1754 aug. 13 - 1777 okt. 23
    215. 1778 dec. 10 - 1806 dec. 31
    N.B. Achterin zijn enkele in 1806 geregistreerde akten opgenomen van eerdere datum.

    216. Akten van boedelscheiding, 1705-1785.

    1 omslag

    217. Minuten van akten van voornamelijk boedelscheiding, 1708-1789.

    1 omslag

    218. Minuten van akten voor de schout van het ambt Oldebroek als geauthoriseerde namens de

    baljuw van Neder-Veluwe betreffende boedelscheidingen, voogdij en volmachten,
    1806-1810.
    1 omslag

    -. Protocol van akten van boedelscheiding opgemaakt door protocolhouder Jacob de Hen op

    31 december 1806, 1779-1792.
    N.B. Zie inventarisnummer 203.

    219-231. Boedelinventarissen en rekeningen, 1675-1802 en z.j.

    13 pakken

    219. 1675-1749
    220. 1754-1759
    221. 1760-1769
    222. 1770-1776
    223. 1777-1779
    224. 1780-1784
    225. 1785-1786
    226. 1787-1788
    227. 1789-1790
    228. 1791-1792
    229. 1793-1796

    230. 1797-1799

    231. 1800-1802 en z.j.

    232. Register met aantekeningen van vrijwillige en executoriale openbare verkopingen van

    onroerende goederen, 1751-1760.
    1 band
    N.B. Voorin: verkoopvoorwaarden. In 1888 zijn deze stukken toegezonden aan het
    Rijksarchief in Gelderland te Arnhem en aldaar ingebonden.

    233. Stukken houdende aantekeningen van vrijwillige en executoriale openbare verkopingen van

    onroerende goederen, 1679-1785, 1809 en z.j.
    1 pak
    N.B. Een deel van de stukken is geregistreerd in inventarisnummer 232. Door
    vochtschade zijn de stukken in zeer slechte staat; raadpleging is slechts mogelijk
    na restauratie.

    234. Debiteurenboek van een schoenmaker, waarschijnlijk Peter Beertsz, alfabetisch ingedeeld,

    1657-1670.
    1 deel
    N.B. Waarschijnlijk hier aanwezig in verband met de afhandeling van zijn "desolate"
    boedel.
    Achterin de tekst: "Int jaer ons heren 1661 ben ijck getrout donderdach voer paesen met
    hendrijckjen hoebers ijnt jaer ons 1663 ijs mijn vrouw ijn de kraem bevallen van twe dochters
    sij ijs daer omtrent een uere nae gestorven den 20 augustij mijt het een kijnt dat ijs bij haer
    ijnde kijste gelech en ijs begraeven den 27 augustij ijnde kerck".

    235. Aantekeningen van de schoenmaker, 1664-1667 en z.j.

    1 omslag
    N.B. Deze stukken werden los aangetroffen in het voorgaande deel.

    236. Register houdende aantekeningen van een schoenmaker, waarschijnlijk Peter Beertsz, van

    geleverd werk en berekende prijzen, z.j.
    1 omslag
    N.B. Band ontbreekt, in slechte staat.

    237. Stukken betreffende de boedel van jonker Camphuisen, c. 1681-1701.

    1 omslag

    238. Stukken betreffende de afhandeling van de desolate boedel van kleermaker Hermen

    Eijmberts van Dijck, 1742-1754.
    1 pak

    239. Stukken betreffende de openbare verkoop van de nalatenschap van Jan Coerts en

    Aaltje Gerrits, met rekeningen, (1744)1764, 1771-1772.
    1 omslag

    240. Stukken betreffende de openbare verkoop van de nalatenschap van Ariaan Egberts, 1773.

    1 omslag
    N.B. Deels slecht leesbaar door vochtschade.

    241. Stukken betreffende de openbare verkoop van de boedel van Dries Hendriksz. op de Pol,

    1790.
    1 omslag

    242. Akten van voornamelijk verkoop, waarvan de herkomst niet is na te gaan, 1621-1798.

    1 pak

    243-244. Akten van borgstelling bij erf- en sterfhuizen, 1706-1810.

    2 pakken

    243. 1706-1779
    244. 1780-1810

    245. Minuten van volmachten, gepasseerd voor richter en gerichtslieden, 1674-1768 en z.j.

    1 omslag

    246. Ingekomen volmachten bij de richter en gerichtslieden, 1679-1765.

    1 omslag



    Voogdij-aangelegenheden

    247. Register inzake voogdijstelling, 1753 jan. 24 - 1777 okt. 23.

    1 deel
    N.B. "Apoinctement boek omtrent onmundige volgens Lantregt van Veluwe capittel 29,
    Lantschaps resolutie van den 23 maart 1715, en Placaat van den 17 Maij 1752.
    aangelegt en beginnenen met den jaare 1753, en eindigende met den jaare 1777".

    248. Index op het register inzake voogdijstelling op naam van de voogden, 1753-1756.

    1 stuk

    249. Index op het register inzake voogdijstelling op naam van de onmondige kinderen,

    1753-1756.
    1 stuk

    250-251. Stukken betreffende voogdijstelling, 1750-1779.

    2 omslagen

    250. 1750
    251. 1778 febr. 4 - 1779 juni 11

    252-253. Stukken betreffende voogdijzaken, deels bijlagen bij het register inzake voogdijstelling,

    1707-1802.
    2 pakken

    252. 1707-1769
    253. 1770-1802

    -. Minuten van akten voor de schout van het ambt Oldebroek als geauthoriseerde namens de

    baljuw van Neder-Veluwe betreffende boedelscheidingen, voogdij en volmachten,
    1806-1810.
    N.B. Zie inventarisnummer 218.

    254-255. Registers van borgstelling bij voogdij, 1753-1808.

    2 delen

    254. 1753 jan. 24 - 1803 febr. 2
    255. 1803 febr. 12 - 1808 sept. 29

    256-257. Akten van borgstelling bij voogdij, 1706-1810.

    2 pakken
    N.B. Deze akten zijn grotendeels geregistreerd in de inventarisnummers 254 en 255.

    256. 1706-1755
    257. 1760-1810


    CONCORDANTIE 1

    De verwijzingen zijn die van de nummering van de Inventaris van het oud-rechterlijk archief van het ambt Oldebroek (auteur niet bekend, z.j., RA-Gelderland) naar de huidige nummering.



    oud

    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8
    9
    10
    11
    12
    13
    13a
    14
    15
    16
    17
    18
    19
    20
    21
    22
    23
    24
    25
    26
    27
    28
    29
    30
    31
    32
    33
    34
    35
    36
    37
    38
    39
    40
    41
    42



    nieuw

    115
    114
    108-113
    116, 117
    34-36
    118
    119
    120
    121
    122
    123
    124
    192
    156
    157
    157
    157
    158
    159
    160
    161
    162
    163
    164
    165
    166
    167
    168
    169
    170
    171
    172
    173
    174
    175
    176
    177
    178
    179
    180
    181
    182
    183



    oud

    43
    44
    45
    46
    46a
    47
    48
    49
    50
    51
    52
    53
    54
    55
    56
    57
    58
    59
    60
    61
    62
    63
    64
    65
    66
    67
    68
    69
    70
    71
    72
    73
    74
    75
    76
    77
    78
    79
    80
    81
    82
    83
    84



    nieuw

    184
    185
    186
    187
    188
    189
    125-129
    129-133
    191
    190
    153-155
    148
    134-136, 147
    137-141
    142-146
    149-152
    193
    196
    197
    198
    199
    200
    201
    202
    203
    204
    194
    195
    205-207
    208
    209
    210
    217
    211
    245
    246
    213, 218
    232
    233
    250
    247-249
    251
    252-253

    oud

    85
    86
    87
    88
    89
    90
    91
    92
    93
    94
    95
    96
    97
    98
    99
    100
    101
    102
    103
    104
    105
    106
    107
    108
    109
    110
    111
    112
    113
    114
    115
    116
    117
    118
    119
    120
    121
    122
    123
    124
    125

    nieuw

    214
    215
    219-222
    223-226
    227-231
    254
    255
    243, 244, 256,257
    212
    216
    23
    20
    21
    24
    25
    22, 31
    42
    29
    6-9
    10-14
    15-18
    106
    234, 235
    236
    238
    237, 242
    105
    104
    37
    10
    60
    65
    67
    46, 69
    91
    86
    45
    40
    41
    43
    103



    CONCORDANTIE 2

    De verwijzingen zijn die van de nummering van de Inventaris van het archief van het Richterambt Oldebroek 1622-1795, in 1989 samengesteld door streekarchivaris J. Tabak, naar de huidige nummering.

    oud

    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8
    9
    10
    11
    12
    13
    14
    15
    16
    17
    18
    19
    20
    21
    22

    nieuw

    5
    1, 2
    3, 4
    19
    39
    38
    48
    49
    51
    52
    50
    53
    54
    44
    68
    55
    85
    56
    84
    57
    87, 88
    58

    oud

    23
    24
    25
    26
    27
    28
    29
    30
    31
    32
    33
    34
    35
    36
    37
    38
    39
    40
    41
    42
    43

    nieuw

    90
    89
    59
    71-82
    92
    93
    66
    61-64
    94-102
    66
    70
    83
    32
    47
    33
    26
    27, 28
    30
    239
    240
    241



    BIJLAGEN

    Lijst van functionarissen van het gericht en enkele door de richter benoemde personen. De hier vermelde gegevens zijn afkomstig uit de inventarisnummers 20-28.


    Richters

    Willem Bentink Zanders, ovl. c. 1586

    Johan Sluijsken (burger van Elburg), benoemd door stadhouder, cantzler en raden van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen 15 juli 1586

    Dibbolt Feith, komt voor in 1692, 1694

    Hendrick van Middachten, heer tot Schoonderbeek, komt voor in 1694, 1704

    Johan van Brienen, komt voor in 1707

    Dirk baron van Renesse, komt voor in 1739

    Jr. Gerhard Casijn Bentinck tot de Berenkamp, komt voor in 1748, ovl. c. 1749

    Jr. Willem van Haersolte van Yrst, lid van de edelen en de ridderschap van de provincie Gelderland, benoemd 8 juli 1749 door Willem Carel Henrik Friso prins van Oranje Nassau, eed voor de raden van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen op 14 mei 1750, 19 april 1750 verschuldigde ambtsgeld betaald, ovl. c. 1791, eveneens dijkgraaf, komt voor in 1750, 1751, 1752, 1753, 1754, 1755, 1765

    Alexander baron van Dedem tot Vosbergen, lid van de edelen en de ridderschap van de provincie Gelderland, dijkgraaf, benoemd op 19 juli 1791, eed afgelegd op 4 augustus 1791 voor de erfstadhouder en raden van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen.



    Verwalter-richter

    Heijmen Dijck, benoemd door de richter 7 sept. 1704

    Arent Dijck, benoemd door de richter 1 dec. 1707

    Mr. Gijsbert Westenberg, benoemd door de richter op 16 mei 1750, eed afgelegd op 8 juni 1750 voor richter en twee schepenen.

    Mr. Willem Hendrik Toewater, landschrijver van Veluwe, benoemd door de richter op 4 maart 1760, eed afgelegd op 4 maart 1750 voor richter en twee gerichtsluiden.

    Mr. Jan Rutger van Oldenbarneveldt, benoemd door de richter op 20 augustus 1765, op 27 augustus 1765 de eed afgelegd voor richter en gerichtsluiden.



    Gerichtsluiden/Schepenen

    Barent Barents(en) Hagendijck, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753
    Luigjen Coops, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755, komt voor in 1759
    Beert Jacobs(en), benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755, komt voor in 1762, 1764
    Beert Evertsen, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755
    Heijmen Petersen, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755
    Heijmen Reijersen, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755
    Hermen (Harmen) Willemsen, benoemd door de richter 22 febr. 1753, herbenoemd 1754, 1755, komt voor in 1759
    Jan Blaeuw, benoemd door de richter 22 febr. 1753
    Willem Cornelissen, benoemd door de richter 22 febr. 1754, herbenoemd 1755
    Heijmen Gerritsen, benoemd door de richter 22 febr. 1755
    Willem van Olden, komt voor in 1760
    Hendrick Surinck, komt voor in 1760, 1765
    Coenraad Gerrisheim, komt voor in 1765
    Egbert van Zuithem, komt voor in 1773, 1774, 1775, 1776, 1777
    Jacob Veltcamp, komt voor in 1778



    Secretaris en prothocolhouder

    Gerrit Gerritsen, ovl. c. 1685
    Berent Dijck, benoemd door de prins 9 aug. 1685, komt voor in 1693, 1694, ovl. c. 1704
    Heijmen Dijck (zoon van Berent), benoemd door de richter 1 okt. 1704, wegens hoge ouderdom functie overgedragen aan neef Barent per 20 dec. 1745
    Barent Dijck (neef van Heijmen), benoemd door de richter 20 dec. 1745
    Berend Dijk, benoemd door de richter 1748, komt voor in 1750, 1751, 1752, 1753, 1754, 1755, 1756, 1757, 1758, 1759, 1762, ovl. 26 jan. 1788
    Willem Hendrik Delbrugge, benoemd door de richter 9 april 1790 en eed afgelegd, komt voor in 1792, 1793
    Jacob de Hen, komt voor in 1796, 1799 en 1800 als secr. van de municipaliteit, later het gemeentebestuur



    Stadholder

    Luigjen Coops, komt voor in 1750, 1751, 1752, 1753, 1754, 1755



    Fiscael

    Mr. Jacobus Bon, benoemd door de richter 1 juni 1750



    Kerkmeesteren

    Jan Beertsen, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755
    Hermen Willemsen, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752
    Frank Dirksen (Derksen), benoemd door de richter 22 febr. 1753, herbenoemd 1754, 1755



    Gildemeesteren van onse Lieve Vrouwen Gilde

    Beert Rijksen, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752
    Beert Gerrits(en), benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755
    Rijk Beertsen, benoemd door de richter 22 febr. 1753, herbenoemd 1754, 1755



    Gildemeesteren van Sint Anthonij Gilde

    Frank Willems(en), benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755
    Willem Jansen, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753, 1754, 1755



    Diacons

    Frank Derksen (Dirksen), benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752
    Willem Cornelis(s)en, benoemd door de richter 22 febr. 1750, herbenoemd 1751, 1752, 1753
    Heijmen Gerritsen, benoemd door de richter 22 febr. 1753, herbenoemd 1754
    Gerrit Blaauw, benoemd door de richter 22 febr. 1754, herbenoemd 1755
    Egbert van Zuthem, benoemd door de richter 22 febr. 1755



    Bediende aan het gericht

    Mr. Pelgrim van Ingen, benoemd door de richter 21 sept. 1750
    Mr. Andreas Ardesch, benoemd door de richter 21 sept. 1750
    Mr. Jacobus Bon, benoemd door de richter 21 sept. 1750
    Jacob Hendrik Troost, benoemd door de richter 8 juli 1752
    Mr. Bernardus Johannes Hoff, benoemd door de richter 25 nov, 1752
    Mr. Samuel Quijntijn Brouwer, benoemd door de richter 27 dec. 1754
    Mr. Arendt Gerhardt Wakker, benoemd door de richter 3 juni 1755
    Nicolaas Frederik van Slangenburg, benoemd door de richter 6 aug. 1756
    Mr. Egbert Heimerik van Hoeclum, benoemd door de richter 6 april 1759
    Mr. Jan Hendrik van Lochteren Stakebrant, benoemd door de richter 9 maart 1751
    Mr. Evert Jan Ammon, benoemd door de richter 3 juli 1758
    Mr. Paulus Westhof, benoemd door de richter 3 juli 1758
    Mr. Rudolph Sandberg, benoemd door de richter 21 maart 1759
    Mr. Hendrik Julien, benoemd door de richter 21 maart 1759
    Mr. Meinardus Joachem Busman, benoemd door de richter 21 maart 1759
    Dr. Hermannus van Nuis, benoemd door de richter 24 april 1759
    Gerardus Palm, benoemd door de richter 3 juli 1758
    Mr. Gijsbert Gerrit Sandberg, benoemd door de richter 28 maart 1759
    Mr. Karste Andreas Bouwer, benoemd door de richter 11 okt. 1762
    Mr. Jan Hendrik Rauwenhof, benoemd door de richter 11 maart 1763
    Mr. Andreas Gosuinus Daendels, benoemd door de richter 10 aug. 1773



    Ontvanger
    (van de verpondinge, ambtslasten, 50ste en 40ste en mindere penningen)

    Berent van Langen, benoemd door de richter 24 sept. 1750 (alle ontvangsten), ovl. c. 1763
    Gerrit van Doornum, benoemd door de richter 1 jan. 1763 (verponding), herbenoemd 13 sept. 1763 (alle ontvangsten)
    Mr. Jan Hendrik Rauwenhoff, benoemd door de richter 1 jan. 1763 (penningen)
    Jacob Bakker, benoemd door de municipaliteit 8 jan. 1796



    Gerichtsdienaar/(onder)schout/scholtus

    Aert Dijk (zoon van secretaris), benoemd door de richter 19 april 1694, ovl. c. 1748
    Barent Dijk, benoemd door de richter c. 1748, per 27 juli 1748 overgedragen aan zijn opvolger, krijgt wel de helft van alle verdiensten
    Gerrit Horst, benoemd door de richter 27 juli 1748, ontslag c. 1750
    Willem Vinke, benoemd door de richter 4 febr. 1750 en eed afgelegd, 8 juni 1750 eed vernieuwd
    Jannes Brouwer (Smit), benoemd door de richter 4 maart 1760, ovl. c. 1792
    Beert Hendriksz, benoemd door de richter en eed afgelegd 11 april 1792
    Cornelis Jacobs, benoemd door de municipaliteit en eed afgelegd 1 juni 1795
    W. Rooseboom, benoemd door het gemeentebestuur 3 mei 1800 (tot gerichtsbode en eekweger), eed afgelegd 6 juni 1800



    Custos, voorzanger en schoolmeester

    Gerrit Arents Stange, ovl. c. 1716
    Berent van Langen, benoemd door de richter 2 maart 1716, ovl. c. 1761
    Willem Delbrugge, benoemd door de richter 15 april 1762, ovl. 2 okt. 1795
    Harmanus Bruggink, benoemd door de municipaliteit en eed afgelegd 23 dec. 1795, 3 okt. voorafgaand gunstig examen



    Vroedvrouw

    Jannetje van Doorn, benoemd door de richter 17 maart 1783, herbenoemd 26 juni 1793
    A.B. Kienhorst, benoemd door de municipaliteit 23 dec. 1795, examen 28 sept. 1796 voor prof. R. Vorstena te Harderwijk



    Doodgraver

    Aart Reijers, niet langer in staat dit werk uit te voeren c. 1750
    Jannes Brouwer, benoemd door de richter 4 febr. 1750, ovl. c. 1792
    Hendrik Staal, benoemd door de richter 11 april 1792
    Dirk Leurink, benoemd door de municipaliteit 10 nov. 1796 (met instructie)
    Tiemen Wensing, benoemd door de municipaliteit 10 nov. 1796 (met instructie)



    Scheuter/schooter

    Gerrit Barsen Naber, benoemd door de burger representanten 18 april 1795 (eveneens ambtsdiender)
    Evert Evertszen, benoemd door het gemeentebestuur 3 okt. 1800



    Armenjager/ambtsdiender

    Hans Willem Spintelaer, benoemd door de richter 28 april 1751, tot 1755
    Willem Hendriks den Hupsen, benoemd door de richter 8 jan. 1755, ovl. 1759
    Gerrit Stevens, benoemd door de richter 1 dec. 1759, ontslag c. 1771
    Coenraad Mertens, benoemd door de richter 17 sept. 1771
    Gerrit Barsen Naber, benoemd door de burger representanten 18 april 1795 (eveneens schooter)
    Jan Groothuis, benoemd door het gemeentebestuur (met instructie) 7 aug. 1799









    Copyright © door Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe Alle Rechten Voorbehouden.

    Gepubliceerd op: 2003-01-09 (7869 maal gelezen)

    [ Ga terug ]
Copyright � door Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe.
Alle Rechten Voorbehouden.
P H P - N u k e C o p y r i g h t © 2 0 0 4 b y F r a n c i s c o B u r z i . T h i s i s f r e e s o f t w a r e , a n d y o u m a y
r e d i s t r i b u t e i t u n d e r t h e G P L. P H P - N u k e c o m e s w i t h a b s o l u t e l y n o w a r r a n t y ,
f o r d e t a i l s, s e e t h e l i c e n s e
Pagina Rendering: 0.10 Seconden